BIJSCHOLING/NASCHOLING
4. Thoracale en schouderklachten

De module thoracale- en schouderklachten is de vierde module die als zodanig is vormgegeven door de School voor manuele therapie Nederland (SMTN)

STARTDATUM:
12 oktober 2021
DUUR:
8 lesdagen op school. 12 uur zelfstudie
ID:
MT-04
PRIJS
1.749,00

Adres

School voor Manuele therapie,
PC Staalweg 50, 3721 TJ Bilthoven   Klik om te bekijken op Google Maps

STARTDATUM: 12 oktober 2021

Manueeltherapeutische behandeltechnieken bij thoracale- en schouderklachten

De module thoracale- en schouderklachten is de vierde module die als zodanig is vormgegeven door de School voor Manuele Therapie Nederland (SMTN). De SMTN verzorgt al decennia onderwijs in manuele therapie (op post-HBO en master-niveau). De basis daarvan bestaat uit de ‘Methode Van der Bijl’ die in de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond, en nadien ontwikkeld en vernieuwd is.

Over deze module

Deze module is onderdeel van de opleiding tot Manueel Therapeut, maar kan ook als losse module worden gevolgd in de vorm van bijscholing / nascholing (met accreditatie). De module is uitermate geschikt voor fysio-, oefen- en manueeltherapeuten.

De thoracale wervelkolom is een regio die in de fysiotherapie en manuele therapie niet veel aandacht krijgt- zeker niet bij vergelijking met de cervicale – en lumbale wervelkolom.
Heneghan en Rushton noemen in een artikel in het tijdschrift Manual Therapy (2016) de thoracale regio de “Assepoester van de wervelkolom”. Het is waar dat de thoracale wervelkolom in de biomedische literatuur een ondergeschoven kind is: zoeken in PubMed met de zoektermen thoracic spine, lumbar spine en cervical spine levert (gecombineerd met manual therapy en in de periode vanaf het jaar 2000) respectievelijk 377, 714 en 1.132 publicaties op (figuur 1).


(figuur 1)

In de eerste Richtlijn manuele therapie bij lage-rugpijn van het KNGF (2006) werd ‘pijn in het thoracale gebied’ zelfs vermeld als een rode vlag.

Mede omdat bewegingsuitslagen klein zijn wordt er weinig onderzoek gedaan naar de kinematica van de thoracale wervelkolom en ribben. De kleine bewegingsuitslagen dragen waarschijnlijk ook bij aan de tegenstrijdige uitkomsten van het onderzoek dat beschikbaar is. Er is wel recent onderzoek beschikbaar (Beyer, 2014-2017) over rib- en sternumbewegingen tijdens de ademhaling. Het (meest recente) onderzoek dat beschikbaar is wordt in deze module gebruikt voor de opzet van bewegingsonderzoek en het uitvoeren van behandeltechnieken van thoracale wervelkolom en ribben. Daarbij wordt ook de rol belicht die costovertebrale en sternocostale gewrichten kunnen hebben bij zogenaamde niet-cardiale thoraxpijn.

Dat de thoracale regio een klinisch interessant gebied is blijkt onder andere uit publicaties over de zogenaamde regional interdependence: functiestoornissen in een ander gebied dan waar de primaire klachten worden ervaren en die daarmee in eerste instantie geen verband lijken te hebben kunnen wel degelijk invloed hebben op deze klachten. Het is de ervaring van veel (manueel)therapeuten en ook inmiddels binnen de beroepsgroep algemeen erkend dat behandeling van de thoracale wervelkolom kan bijdragen aan het herstel van nekklachten, hoofdpijn en klachten van de bovenste extremiteit. In de visie van de SMTN – waarin van oudsher het begrip ‘totaliteit’ een hoofdrol speelt – wordt dit nog breder gezien: alle regio’s van het menselijk lichaam oefenen tijdens bewegen een (mechanische en neuroreflectoire) invloed op elkaar uit. Het is alleen uit praktisch oogpunt dat in deze module alleen de onderdelen thorax, thoracale wervelkolom en schoudergordel behandeld worden. Bij het behandelen van – bijvoorbeeld – de thoracale wervelkolom dienen ook behandeling van de lumbale – en cervicale wervelkolom betrokken te zijn. Hetzelfde geldt bij de behandeling van schouderklachten.

Over de gewrichten van de schoudergordel is veel en recent onderzoek beschikbaar – zowel over anatomie, kinematica en over bewegingsonderzoek. Recente literatuur over deze onderwerpen vormt de basis van het onderdeel ‘schoudergordel’ in deze module.

De belangrijkste onderwerpen van deze module zijn:
– uitgangspunten van manuele therapie volgens de Utrechtse School , toegepast op de thoracale wervelkolom, costovertebrale gewrichten en de schoudergordel;
– de analyse van het individuele functiemodel en de toepassing daarvan bij het ontwerpen van de behandeling van de thoracale wervelkolom, costovertebrale gewrichten en de schoudergordel;
– functioneel-morfologische aspecten van botweefsel, toegespitst op de thoracale wervelkolom;
– functionele Anatomie van de ; de thoracale wervelkolom, costovertebrale gewrichten en de schoudergordel;
– de uitvoering van behandeltechnieken aan de thoracale wervelkolom, costovertebrale gewrichten en schoudergordel;
– anamnese, onderzoek en klinisch redeneren bij klachten van de thorax en de schoudergordel.

Bij elk onderwerp gelden de volgende uitgangspunten:

  • Vaardigheidsonderwijs maakt het grootste deel uit van elke module. Naast theoretische onderwerpen als functionele Anatomie en klinisch redeneren vormt het trainen van behandeltechnieken (’skills’) het belangrijkste onderdeel.
  • Functionele morfologie wordt gehanteerd als basiswetenschap. Deze aan de Biologie gelieerde wetenschap (Mechanobiology) gaat onder andere uit van uitdagende uitganspunten als het ‘optimal design’: binnen het menselijk lichaam bestaan geen ontwerpfouten (een achillespees is niet slecht doorbloed!). Een gevolg is dat geprobeerd wordt te begrijpen waarom ons lichaam gebouwd is zoals het is gebouwd en functioneert zoals het functioneert.
  • De individualiteit van elke mens staat centraal. Mede omdat iedereen een eigen (unieke) lichaamsbouw heeft, wordt iedereen gekenmerkt door individuele bewegingspatronen. De analyse van het individuele functiemodel van elke patiënt is richtinggevend voor de behandeling. Het individuele functiemodel wordt opgesteld aan de hand van een mechanische interpretatie van voorkeursbewegingen en bewegingsvoorkeur van de patiënt. In dit model worden geen tekortkomingen vastgesteld, maar wordt aangegeven wat de manier van bewegen is die past bij deze patiënt. In combinatie met gegevens uit de artrokinematica en de functionele Anatomie kan daarmee een behandelplan worden opgesteld.
  • Bewegingspatronen in gewrichten kunnen worden aangepast door het uitvoeren van (passieve) behandeltechnieken. Daarmee kunnen de oorspronkelijke bewegingspatronen hersteld (opnieuw mogelijk gemaakt) worden. Dit wordt tevens beschouwd als een voorwaarde voor weefselherstel en een bijdrage aan het succes van actieve oefentherapie. De combinatie van manueeltherapeutische behandeltechnieken en actieve oefentherapie wordt (ook) bij de behandeling van lage-rugklachten als waardevol gezien.
  • Behandeltechnieken bestaan uit mobiliserende technieken, met name niet uit manipulaties. Het peri-articulaire weefsel (met name collageen bindweefsel in disci en ligamenten) moet in staat worden gesteld om te ‘leren’ van de uitgevoerde bewegingen en daarbij passen gewrichtsbewegingen die in een rustig tempo en herhaaldelijk uitgevoerd worden.

Algemene informatie

In iedere module is veel aandacht voor het uitvoering van de zachte behandeltechnieken, het praktijk onderzoek en de analyse rond klachtenbeelden. Ook het bewegingsgedrag van gewrichten in de keten en het klinisch redeneren komt aan bod.  De mechanische samenhang tussen gewrichten in een bewegingsketen speelt een belangrijke rol gedurende de hele cursus.

Lesschema & studiebelastingsuren

Deze module beslaat 8 dagen op de school. Een lesdag start om 10.30 en eindigt om 17.30 uur. Het totaal aantal contacturen per module is 48 uur. Het aantal zelfstudie uren is 12 uur. De modules worden gegeven in de vorm van hoorcolleges en praktijkcolleges, aangevuld met diverse presentaties van de deelnemers.

  • Dinsdag 12 oktober, woensdag 13 oktober 2021
  • Dinsdag 9 november, woensdag 1o november 2021
  • Dinsdag 7 december, woensdag 8 december 2021
  • Maandag 3 januari, dinsdag 4 januari 2022

Accreditatie

  • KNGF voor de fysiotherapeut 60 punten
  • VvOCM voor de oefentherapeut 60 punten
  • Keurmerk fysiotherapie 60 punten
  • VMT voor manueel therapeuten 60 punten

De cursuslocatie en organiserende instantie

School voor Manuele Therapie Nederland,
PC Staalweg 50,
3721 TJ Bilthoven

T: 06-20 16 34 21 .

De module staat onder leiding van Dhr H. Leopold MMT, docent aan de School voor Manuele Therapie Nederland. Daarnaast zijn er gastsprekers Drs H. Oonk en Dhr P. van der Meer.

Het docententeam

Het docententeam bestaat uit docenten verbonden aan de School voor Manuele Therapie Nederland, waaronder

  • Dhr H. Leopold MMT
  • Dhr P. Akkerman
  • Dhr F. Eising
  • Dhr F.van Glabbeek