Een behandeling manuele therapie, hoe gaat dat? Bekijk hier een korte demonstratie om een indruk te krijgen van de rustige, mobiliserende techniek. Zowel voor therapeuten als voor patiënten.

 

 

Tijdens de manuele behandeling worden gewrichten rustig gemobiliseerd (‘los’ gemaakt). Er is geen sprake van manipulaties of ‘kraken’. De behandeling is veilig, er wordt weinig kracht gebruikt en er wordt niet door de pijn heen bewogen. Dat maakt de aanpak eveneens geschikt voor (jonge) kinderen en hoog bejaarden.

 

Voor therapeuten

Uitgangspunten voor de behandeling manuele therapie volgens de SMTN zijn:

  • Ieder mens kent een individuele bewegingsvoorkeur.
  • Hierdoor bestaat er voor iedereen een natuurlijke (individuele) asymmetrie van vorm, houding en beweging.
  • De behandeling volgt uit deze individuele beweging en is niet alleen gebaseerd op een klachtenanalyse.

De totaalbehandeling

Bij elke nieuwe patiënt wordt nagegaan of er een indicatie is voor manuele therapie en of de klachten mechanisch zijn van aard. Wanneer dit het geval is, vindt anamnese en lichamelijk onderzoek plaats. Daarnaast wordt de individuele bewegingsvoorkeur van de patiënt in kaart gebracht. Hierbij worden geprotocolleerde metingen gebruikt. De resultaten van de metingen worden omgezet in een zogenaamd ´functiemodel´, dat aangeeft hoe voor deze specifieke patiënt de gewrichten optimaal zouden bewegen.

De behandeling manuele therapie bestaat uit het insturen van de gewrichten in de richting van de bewegingsvoorkeur. Omdat ieder mens uniek van vorm is, is ook de optimale bewegingssturing voor iedereen verschillend. Gewrichtskapsel en -banden bepalen deze bewegingssturing. Daarmee ligt de nadruk op het wegnemen van de onderliggende oorzaak van de klachten in de gehele bewegingsketen en niet (alleen) op het bestrijden van lokale symptomen. Dit wordt bereikt door het passief uitvoeren van bewegingen in alle gewrichten van wervelkolom, ribben, schedel en extremiteiten. Doel van de behandeling is het zodanig beïnvloeden van gewrichtskapsel en -banden dat de optimale bewegingssturing wordt hersteld. Ook oefeningen, advies en ‘huiswerkoefeningen’ maken deel uit van de behandeling.

De mobiliserende handgrepen

Tijdens de behandeling beweegt de manueel therapeut de gewrichten van een patiënt met een techniek die mobiliseren wordt genoemd. Het mobiliseren, waarbij gewrichten níet worden geforceerd of gemanipuleerd, heeft als doel om de optimale positionering van bewegingsassen in gewrichten te bewerkstelligen en spreekt het regeneratieve vermogen van het bindweefsel aan. De juiste gewrichtsbeweging wordt door een specifieke handgreep ingestuurd. Deze techniek wordt op alle gewrichten van het lichaam toegepast.

Deze bewegingen worden driedimensionaal, in een rustig tempo, met geringe kracht en in de richting van de (geanalyseerde) bewegingsvoorkeur uitgevoerd.

Het resultaat

Na een behandeling is de positie van bewegingsassen veranderd en is het ongestoord uitvoeren van (voorkeurs)bewegingen weer beter mogelijk. Mechanische klachten die bij bewegen ontstaan (pijn, weefselirritatie, spierspanning) kunnen daardoor verminderen.

Wat is het verschil met andere manuele therapie?

  • Je richt je op het hele bewegingsapparaat en bent dus niet alleen gericht op de lokale klacht van de cliënt.
  • Je leert 3-dimensionale mobilisatie technieken in het gehele lichaam toe te passen bij je patiënt. Niet met rukken of trekken maar juist met een techniek die zacht, subtiel en meestal pijnvrij is.
  • Je leert de handgrepen toe te passen in ketens van beweging.
  • Door je patiënt te meten en te testen meet je hoe je het gewricht kunt insturen.
  • De behandeling is dus specifiek en individueel gericht op je patiënt.
  • Juist de mechanische samenhang tussen gewrichten in een bewegingsketen speelt een belangrijke rol in de visie van de opleiding.
  • Je gaat uit van de bewegingsvoorkeur en niet van de pathologie rondom de klacht.
  • Je optimaliseert de best passende beweging voor het gewricht en dat doe je voor alle gewrichten in de beweegketen.
  • “De anatomie in vivo en biomechanica is niet anders, maar het wordt op een hele andere manier toegepast in de handgrepen, zeer interessant ook voor mij als podotherapeut.