Op de SMTN (voorheen SMTU) wordt les gegeven vanuit een visie waarbij de totale bewegingsfunctie van de patiënt centraal staat. Hiermee leiden we je op tot een manueel therapeut op die niet alleen de pijnklacht behandelt, maar ook verdere complicaties voorkomt en de patiënt leidt naar duurzame verbeteringen.

Elke opleiding Manuele Therapie kent zijn eigen nuances. Bij de School voor Manuele Therapie Nederland (SMTN) word je opgeleid tot volleerd manueel therapeut, waarbij je een groot arsenaal aan driedimensionale behandeltechnieken krijgt aangereikt. Er is geen manueel-therapeutische opleiding in Nederland waarin vaardigheidsonderwijs (het trainen van ‘skills’) een groter deel van het curriculum uitmaakt dan de SMTN, juist omdat we ook technisch gevorderde technieken aanreiken.

 


Behandeltechnieken

Met de behandeltechnieken die na de opleiding tot jouw beschikking staan, kun je zeer specifiek (en met weinig kracht) het gehele bewegingsapparaat behandelen. Daarbij richt je je niet zozeer op lokale klachten, maar op bewegingsketens die tijdens activiteiten functioneren. Bijzonder aan deze aanpak is ook dat je meerdere problemen in een sessie kunt behandelen. De behandeling is veilig dan wel zonder risico (er wordt niet ‘gekraakt’) en verloopt voor de patiënt pijnvrij.

Individuele voorkeur

Ieder mens kent een individuele bewegingsvoorkeur, zoals met welke hand je schrijft of hoe je opstapt op een fiets. Gerelateerd daaraan bestaat er voor iedereen een asymmetrie in vorm, houding en beweging: een dominante arm kent andere motorische programma’s dan de niet-dominante en dat heeft gevolgen voor spierkracht en houding in de schoudergordel en wervelkolom. Zo is er bij ieder mens een verschil in hoogte van de schouders.

Bij het ontwerpen van een behandeling staat de individuele bewegingsvoorkeur centraal. Eerst worden metingen gebruikt om de individuele bewegingsvoorkeur te analyseren: wat is de optimale driedimensionale beweging? Voor ieder gewricht wordt de bewegingsvoorkeur en de bijhorende bewegingssturing beschreven. Doel van de behandeling is het zodanig beïnvloeden van gewrichtskapsel en gewrichtsbanden dat de optimale beweging wordt hersteld.

Dit wordt bereikt door het uitvoeren van passieve bewegingen in wervelkolom, ribben, schedel, armen en benen. De therapeutische bewegingen worden driedimensionaal, in een rustig tempo, met geringe kracht en in de richting van de (geanalyseerde) bewegingsvoorkeur uitgevoerd. Zo herstel je de bewegingssturing van gewrichten met respect voor de eigen bouw van de patiënt.

Klachten

Wanneer het evenwicht tussen je bouw en het gebruik van je bewegingsapparaat verstoord raakt, kunnen er klachten ontstaan. Dit evenwicht kan op veel manieren worden verstoord: door bijvoorbeeld traumata of bewegingsbeperkende factoren in de werksituatie, zoals (te) lang zitten of werk waarbij de arm of armen telkens hetzelfde wordt ‘gehouden’.

Wat ook veel voorkomt: bij pijn in de wervelkolom tijdens bewegen, zal iemand proberen de pijn te vermijden door minder te bewegen. Een veranderd functioneren is hiervan het gevolg, niet alleen in de wervelkolom, maar ook in andere gewrichten. Als dan geprobeerd wordt de oorspronkelijke bewegingen te maken, kunnen pijn en spanning optreden in omliggende weefsels. Zou deze persoon binnen deze compensatie blijven functioneren, dan bestaat de mogelijkheid dat er geen klachten optreden.

Zou deze persoon bijvoorbeeld gaan hardlopen (een activiteit waarbij veel beweging van de cervicale wervelkolom optreedt) dan kunnen bestaande compensaties tekort schieten. Er kunnen dan klachten ontstaan in de nek, maar ook bij andere plaatsen waar compensaties zijn opgetreden. Bijvoorbeeld: een cervicogene hoofdpijn, of een laesie van de hamstrings ten gevolge van compensatoire rotaties in de knie.

De locatie van de klacht (cephaal of in de hamstrings) geeft dan weinig informatie over de werkelijke oorzaak. Het behandelen van deze lokale klachten is dan slechts symptoombestrijding. Alleen als de balans in het gehele lichaam wordt hersteld, wordt de oorzaak op adequate wijze aangepakt.

Sturing van gewrichten

De beweging in een gewricht wordt gestuurd door het collageen bindweefsel van ligamenten en gewrichtskapsel. Bij een optimale sturing is er een evenwicht tussen de vorm en de functie. De vorm van de gewrichtsoppervlakken, de spanning in ligamenten, kapsel en spieren en de ligging van de bewegingsassen zijn onderling in harmonie. Vanuit het wetenschapsgebied van de functionele morfologie is bekend dat collageen bindweefsel sterk reageert op het immobiliseren van gewrichten. Ook het niet (actief) gebruiken van gewrichten om pijn te vermijden of om te compenseren, is een vorm van immobiliseren. De reactie van collageen bindweefsel op immobilisatie kan leiden tot een verplaatsing van de bewegingsassen in een gewricht, waardoor het optimale evenwicht tussen de vorm en de functie verstoord raakt.

Behandeling

De balans in het lichaam kan worden hersteld door in elk gewricht de geanalyseerde driedimensionale voorkeursbeweging uit te voeren. Tijdens de behandeling wordt in elk gewricht de juiste ligging van de bewegingsassen hersteld: de sturing van de gewrichtsbeweging door het collageen bindweefsel wordt hersteld. De gewrichtssturing kan met name worden beïnvloed tijdens een gewrichtsbeweging: bewegingen in de eindstanden van een gewricht zijn derhalve in de manueel therapeutische behandeling niet zinvol. Als alle gewrichten in de behandeling worden betrokken, zullen de oorspronkelijke bewegingsbeperkingen en de gevolgen daarvan (de compensaties) worden opgeheven.

Erkend door:

Geschiedenis

  1. van der Bijl D.O. (1909 – 1977) opende in 1964 de eerste opleiding voor Manuele Therapie die vanaf 1971 in Utrecht is gevestigd en is de grondlegger van de manuele therapie in Nederland. Van der Bijl heeft een totaal nieuwe visie ontwikkeld over het bewegen van de mens, en hij is gekomen tot een geheel nieuwe vorm van diagnostiek en behandeling. De manuele therapie is zich sindsdien blijven ontwikkelen, gebruik makend van steeds veranderende inzichten in functionele anatomie, mechanica van levend weefsel en functionele morfologie. Nog steeds staat het modelmatig analyseren van de eigen voorkeursbewegingen van iedere unieke mens centraal.